De schoonheid en de relativiteit van de professie

Beschouwingen van Evert Barten

May 9

Nieuwe uitdaging

geplaatst om 20:22 in categorie Algemeen

Vanaf 1 mei 2008 is Evert Barten niet meer werkzaam bij C3.

Evert is teruggekeerd naar zijn oude liefde: de urologie.

Geen reacties » | Permanente link

Apr 7

De Uitstappil

geplaatst om 12:32 in categorie Algemeen

Het verder liberaliseren van de mogelijkheid tot levensbeëindiging zal de gevolgen van oud en geestesziek worden toenemend stigmatiseren als ongewenst en voorkombaar.

Hugo Claus’ daad heeft het debat over euthanasie weer nieuw leven ingeblazen. Een heldendaad spreekt immers tot de verbeelding. Zeker als het een publiek persoon betreft betekent dat brede aandacht voor het probleem en levendige discussie.

De vrijzinnigen, in dit geval vertegenwoordigd door Groen Links en D66, zijn van mening dat de beschikbaarheid van een “uitstappil” bij levensmoeheid of de dreiging van ontluistering, vernedering en eenzaamheid rust en zekerheid gaat geven aan de ouder wordende mens. Deze stellingname wordt in het algemeen als meer politiek correct beschouwd dan het bijna onbenoembare en dus ook niet meer duidelijk uitgesproken oog voor de kwetsbaarheid van de oudere mens en de verantwoordelijkheid om dat te beschermen. Zelfbeschikking is echter geen remedie tegen eenzaamheid en angst. Voor velen zal de keuzevrijheid om het leven te doen beëindigen vanuit henzelf niet weggelegd zijn. Als de mogelijkheid echter legaal wordt zou dit wel eens voor degenen die in een dergelijke situatie verkeren, bijvoorbeeld door gebrek aan durf en gevoelde niet verwoorde druk  vanuit de omgeving, de eenzaamheid en de angst juist kunnen vergroten.

Als de mogelijkheid van vrijwillige levensbeëindiging in de wet verruimd gaat worden tot het psychisch aan het leven lijden zal dit de vrijheid van het individu vergroten. Een kleine stap is dan daarna, dat het onder alle omstandigheden “mits bij volle bewustzijn en onderbouwd” mogelijk moet zijn om met hulp uit het leven te stappen. Bijkomend gevolg zal echter zijn dat het waardeoordeel over het leven en situaties, waarin een mens terecht kan komen, bij jongere generaties zal verschuiven van overmacht naar voorkombaar. Het begrip “compassie” zal dan wellicht een andere dimensie krijgen.
 

1 Reactie » | Permanente link

Mar 27

De begripslacune tussen specialisten en publiek

geplaatst om 10:26 in categorie Algemeen

Op 14 maart werd er tijdens de officiële lustrumviering van 100 jaar Nederlandse Vereniging voor Urologie in het Vredespaleis te Den Haag onder leiding van Lennart Booij een paneldiscussie gehouden tussen vier bekende panelleden en de zaal, die gevuld was met urologen met hun partners.
De vier panelleden; Wim van de Donk, Paul Schnabel, Margo Trappenburg en Frank de Grave, gaven hun visie op het thema “de vergrijzing verzilverd”. Wat wil zeggen: hoe blijft de zorg financierbaar en invulbaar in de toekomst. Nadat de panelleden hun visie hierover gegeven hadden werd door Lennart Booij om reacties uit de zaal gevraagd.

Wat bedoeld was te worden tot een verhelderende discussie, waarbij de professionele invalshoek naast die van de politieke zou worden gelegd, werd het al snel een ad hoc discussie over geld en serviceniveau. Toen het onderwerp bereikbaarheid van de specialist aan de orde kwam, kon ook Paul Schnabel het niet laten om zijn slechte ervaring met de (on)bereikbaarheid en summiere tijd voor informatie van de specialist in het ziekenhuis naar voren te brengen als exemplarisch voor de ziekenhuiszorg door het voorbeeld van de opname van zijn vader te noemen. De verklaring vanuit de zaal was verdedigend, gelovend in het eigen paradigma dat de geschetste situatie gegeven de omstandigheden waaronder dokters moeten werken, normaal is. Het gaf aan dat er tussen medische professionals een groepstaal wordt gehanteerd, waarin vanuit eigen normen wordt geredeneerd en die in deze zaal zo dominant was dat zelfs een zeer ervaren beleidsmaker als Paul Schnabel verviel in borrelpraat.

Het publiek (in dit geval het panel) vindt de specialisten in het algemeen nog steeds arrogante grootverdieners, de dokters voelen zich ondergewaardeerd en menen recht op hun inkomen en positie te hebben. Dat alles bestaat bij de gratie van de kunstmatig in stand gehouden schaarste, waarover bij publiek en politiek grote ambivalentie bestaat. Is het in de meerderheid van de gevallen zo, dat de voorlichting over bijvoorbeeld het verloop van een behandeling of de voorkomendheid in de bejegening te wensen overlaat? Wordt je als patiënt nou wel of niet serieus genoeg genomen? Het ligt er maar aan welke maat daarin gehanteerd wordt. De opponenten in deze denken daar vanuit hun eigen beleving tegengesteld over en iedereen leest met zijn eigen bril op de Elsevier-enquete. Zolang echter de schaarste blijft bestaan blijft ook deze polemiek bestaan.

Wat betreft het discussieonderwerp “de vergrijzing verzilverd”:  men kwam niet toe aan de kernvraag hoe de zorg gefinancierd gaat worden in de toekomst. Maar dat is niet zo ingewikkeld. Die wordt een keer duurder.

Geen reacties » | Permanente link

Feb 28

Bemiddeling bij conflicten in de maatschap

geplaatst om 15:12 in categorie Algemeen

Een van de nieuwe fenomenen is de door ziekenhuisfusies toegenomen grootte van de medisch specialistische maatschap. Een maatschapbestuur, wat daar niet voor is opgeleid, bepaalt het beleid. De gewone leden van de maatschap herkennen zich soms niet meer in de manier waarop er veranderingen worden ingevoerd. Dit is een van de mogelijke bronnen voor conflict binnen een maatschap.  

De maatschap is de traditionele organisatievorm van medisch specialisten in het ziekenhuis. De  uitgangspunten die daarbij gelden als “gelijke monniken, gelijke kappen” en consensus zijn eenvoudig en overzichtelijk. Tegelijk is het een kwetsbaar systeem, waar scheefgroei kan ontstaan in werkverhoudingen, opvatting over financiële, organisatorische, ethische kwesties etc. Omdat er geen formele hiërarchie in de maatschap bestaat, is het soms moeilijk om beleefde kwaliteitsverschillen tussen de maten op een constructieve manier onderling te bespreken. Ook kan het moeilijk zijn om rechtstreeks het disfunctioneren van een maatschaplid aan de orde te stellen. De platte structuur van een maatschap kan ook belemmerend werken om zowel vakinhoudelijk als organisatorisch gezamenlijk slagvaardig beleid te maken.

Marktwerking in de zorg maakt het in deze tijd noodzakelijk dat een ziekenhuis als bedrijf geleid wordt, wil het ziekenhuis slagvaardig kunnen inspelen op de veranderende markt van de gezondheidszorg. Het ziekenhuismanagement voert toenemend druk uit op de specialisten om snel tot besluiten te komen en mee te werken aan het algemene beleid. Doordat sommige maatschapsleden meer oog gaan krijgen voor de managementkant van het ziekenhuis en andere vooral vakinhoudelijk georiënteerd blijven kunnen wrijvingen ontstaan. Bovendien raken vakgebieden door de toenemende kennis op specialistisch niveau steeds verder opgesplitst.  Dat geeft toename van tegenstrijdige belangen in de maatschap en vermindering van de cohesie.

Als het goed gaat, de maatschap niet te groot is, de karakters niet te veel uiteenlopen, de inzet redelijk evenredig is en de belangen grotendeels gedeeld worden, kan iedereen met zijn specifieke inbreng tot zijn recht komen en plezier blijven houden in het werk. Soms echter kunnen door interne conflicten of door de omstandigheden onontwarbare knopen ontstaan binnen een tevoren goed functionerende maatschap, waar objectieve begeleiding of advisering nodig is. Maar ook ter preventie daarvan is het goed om van tijd tot tijd een objectieve blik van een buitenstaander toe te laten om te voorkomen dat bedrijfsblindheid optreedt.

Binnen C3 bestaat kennis en ervaring van en met medisch specialistische maatschappen, inhoudelijk zowel als organisatorisch. De adviseurs, waarvan een zelf medisch specialist, verbinden inhoudelijke kennis van de professie met een brede ervaring in de ziekenhuisgezondheidszorg en zijn bedrijfskundig opgeleid.

Het standaardprogramma is als volgt opgebouwd:
- een inventarisatie van een tot drie dagdelen
- in overleg met de opdrachtgever een begeleidingstraject, afhankelijk van de complexiteit van het probleem
Na de inventarisatie wordt opgave gedaan van de kosten van het begeleidingstraject.
Verslaglegging en onderzoek worden apart berekend.

Meer weten? Neem contact op met Evert Barten,
adviseur bij C3: e.barten@C3am.nl of 06 – 53 94 13 18

Geen reacties » | Permanente link

Sinds kort werk ik als uroloog voor een deel van mijn tijd bij een zelfstandig behandelcentrum, de Andros Mannenkliniek. Dat is een kliniek voor opsporing en preventie van aandoeningen van de oudere man, gevestigd  in Arnhem, Leiden en Maastricht.

Wat voor cliënten komen daar? Mobiele mannen tussen de veertig en zeventig jaar.

Waarom komen ze?
1. Ze hebben de advertentie gelezen.
2. Ze vinden het belangrijk om te weten hoe het ervoor staat met hun gezondheid.
3. Ze hebben een probleem met plassen of hun potentie.
4. De wachttijden voor een afspraak in het ziekenhuis waren te lang.
5. Ze kregen bij de huisarts of bij de uroloog onvoldoende gerichte aandacht.
6. Het consult wordt vergoed door de ziektekostenverzekeraar.

Zie daar de ingrediënten voor een nieuw gerecht op het menu van de gezondheidszorg:
een uitgebreide counseling op gebied van urologische klachten en life style door gespecialiseerde verpleegkundigen en ervaren urologen, korte wachttijden en alles in een consult: onderzoek, advies, zo nodig behandeling en/of medicatie, verslag.

Sceptici onder de professionals (de overgrote meerderheid) stellen dat het hier gaat om het creeëren van zorgvraag of dat het substitutie is van het werk van de huisarts. Huisartsen verwijzen dan ook zelden uit eigen beweging.
De cliënt denkt er anders over en heeft er graag een halve dag reizen van de ene naar de andere kant van het land voor over, ook bij herhaling. Hij ervaart het consult na afloop als het verschil in een of vier sterren. 

In de reguliere gezondheidszorg wordt klantgerichtheid met de mond overtuigend beleden, maar niemand die er werkt voelt het tot nu toe in de portemonnee als het uiteindelijk niet zo werkt. En dat doet het dus ook niet, gegeven het niet opgelost worden van het probleem van de wachttijden voor polibezoek, overvolle wachtkamers en het ‘nummer zoveel’ gevoel. Als in het zelfstandig behandelcentrum de toewijding verslapt of er wordt niet meer aan de weg getimmerd, komen de klanten niet meer.

Er ligt een hemelsbreed verschil tussen de beoordeling van de waarde van de inhoud van de dienst tussen de dokters en de klanten. Nederlanders zijn immers meesters in het samenvoegen van overwegingen van morele aard en van eigen belang en in het zichzelf overtuigen dat de tweede overweging niet meetelt. Nu van overheidswege echter de weg vrijgemaakt is om ook op geleide van het tweede argument een prikkel te krijgen om kwaliteit van werken te leveren zal de gezondheidszorg langzamerhand verzakelijken en ontdaan worden van oubollige morele heilige huisjes.

Geen reacties » | Permanente link

Het Commonwealth Fund uit de Verenigde Staten heeft een onafhankelijk internationaal onderzoek geïnitieerd, hoe patiënten de kwaliteit van de ziekenhuiszorg ervaren in verschillende westerse landen met uiteenlopende gezondheidszorgsystemen. In maart en april 2007 zijn in zeven landen (VS, VK,Canada, Australië, Duitsland, Nieuw Zeeland en Nederland) enquêtes gehouden onder een representatieve steekproef van volwassen (ex)patiënten. In de verschillende landen werden tussen de 1.000 en 3.000 interviews uitgevoerd, wat resulteerde in 11.910 bruikbare vraaggesprekken.

Het bleek dat Nederlanders veel positiever over het functioneren van het zorgstelsel en de betaalbaarheid van de zorg oordeelden dan consumenten uit de andere landen. Binnen de Nederlandse steekproef heeft 59% van de geënquêteerden veel vertrouwen dat men uitstekende en veilige medische zorg krijgt. 45% heeft er veel vertrouwen in, dat men de meest effectieve medicijnen krijgt en de beste medische technologie. Vrij lage percentages wellicht op het oog, echter in de andere landen liggen deze percentages beduidend lager: tussen de 20 en 40%.

Kanttekeningen van het onderzoek zijn, dat met name in Nederland de coördinatie tussen eerste en tweede lijn relatief slecht scoort. Dit blijkt in de andere landen beter. Vooral de informatie over het medicatiegebruik bij ontslag uit het ziekenhuis laat te wensen over. In alle landen, inclusief Nederland, gaat slechts een beperkte groep patiënten op zoek naar informatie over de kwaliteit van ziekenhuizen en artsen, respectievelijk 18 en 13% in ons land.

Gelet op de aandacht die kwaliteitsmeting van ziekenhuizen in de media de afgelopen tijd  heeft gekregen zijn die laatste cijfers opmerkelijk. De gemiddelde Nederlander laat zich wellicht toch door andere motieven leiden dan de kwaliteitsenquêtes van diverse bladen en bureaus. Daarnaast is het opmerkelijk dat wij blijkbaar, ondanks alle negatieve aandacht in de pers, best tevreden zijn met onze gezondheidszorg. Gelet op de zuinigheid waarmee een Nederlander in het algemeen oordeelt, is er misschien zelfs sprake van een vals-lage uitkomst, maar dat is slechts speculatie.

Zoals de situatie nu is brengen we wat betreft ons oordeel over onze gezondheidszorg het er dus behoorlijk goed vanaf. De vraag is of dit door invoering van maatstafconcurrentie, het veranderen van de ziekenhuisbekostigingsstructuur en andere kostengroeibeperkende overheidsmaatregelen in de toekomst negatief zal worden beïnvloed. Nederlanders zijn echter vindingrijk als zaken negatief blijken uit te pakken. Er treden dan zeer waarschijnlijk weer compenserende mechanismen in werking.

Bron: Medisch Contact 63(5), 191-193. R.P.T.M.Grol, M.J.Faber: Een dikke voldoende.

Geen reacties » | Permanente link

Jan 25

Kwaliteitsmeting van ziekenhuizen

geplaatst om 17:22 in categorie Algemeen

We worden er in de media tegenwoordig vaak mee geconfronteerd. Verschillende bedrijven zijn na Elsevier in de nieuwe hype gedoken van het scoren van ziekenhuizen op wat men verstaat onder kwaliteit. De onderlinge verschillen in uitkomst zijn groot. De meetmethoden verschillen onderling sterk. Maar hoe meer aandacht een publicatie krijgt, hoe meer er naar de uitkomst gekeken wordt door zowel de consument als de betreffende ziekenhuizen, of er sprake is van een representatieve uitslag of niet. En dat heeft zijn al dan niet terechte uitwerking op het imago en het zelfbeeld van de ziekenhuizen.

Als er wordt gescoord op beleving door de consument, dat wil zeggen bejegening, logistiek etc. zegt dit niets over de kwaliteit van het medisch en verpleegkundig handelen. Als er wordt gescoord op harde cijfers, zoals sterfte en complicaties gaat men voorbij aan de classificatie van het ziekenhuis. Dit is immers afhankelijk van de verhouding van patiëntencategorieën die een ziekenhuis verwezen krijgt: hoe zwaarder of complexer de patiënten, hoe meer complicaties en sterfte.

Er wordt dan ook tot nu toe appels met peren vergeleken, de definitie van kwaliteit is niet duidelijk en tot het onderling vergelijken van de kern van het functioneren van ziekenhuizen is men tot nu toe niet gekomen. De onderzoeken worden namelijk niet gedaan door de professionals zelf maar door bedrijfskundigen of journalisten, die met een andere blik naar een ziekenhuis kijken en inhoudelijk minder ingevoerd zijn om te doorgronden waar het nu werkelijk om draait in een ziekenhuis.

Als er ernstige incidenten plaatsvinden, zoals brand op een operatiekamer of zuigelingensterfte als gevolg van ruzie in een specialistenmaatschap, komt pijnlijk aan de oppervlakte dat het disfunctioneren van een schakel in het ziekenhuis vaak een veel bredere achtergrond heeft en dat het functioneren van een ziekenhuis als geheel, vanwege de complexiteit van de organisatie, nauwelijks of niet integraal te meten is. Op topjes van ijsbergen kan geen oordeel geveld worden, omdat in elke complexe organisatie zwakke plekken zitten, evenmin als op oppervlakkige gegevens. De gepubliceerde onderzoeken hebben dan ook tot nu toe meer opgeleverd voor de onderzoeksbureaus zelf dan voor de consument of de ziekenhuizen.

Wat benadert dan wel een meer objectieve beoordeling van het functioneren van een ziekenhuis? Dan zou er beter gekeken kunnen worden naar de professionele kernactiviteiten. De spoedeisende hulp en de intensive care zijn daarvan de meest in het oog springende voorbeelden. Hoe zijn de zaken daar onderling georganiseerd? Is er sprake van belangenstrijd of samenwerking tussen de disciplines. Hoe zijn de disciplines formeel georganiseerd? Wat is de output in relatie tot de verwezen patientencategorien? Hoe is de logistiek georganiseerd?

Kleinere ziekenhuizen verschillen hierin sterk van grote ziekenhuizen. Beide hebben zij hun specifieke aandachtspunten.  Bij kleinere ziekenhuizen is er extra aandacht nodig voor de kwaliteit en de continuïteit. Bij grote ziekenhuizen verdient de persoonlijke betrokkenheid en de logistiek extra aandacht. Voor beide geldt als belangrijk aandachtspunt: de mate van gezamenlijk belang van de professionals. 

Een goed opgezette toets van de Nederlandse ziekenhuizen, gedaan in samenwerking met professionals, op functioneren van de spoedeisende hulp en de intensive care zou wel eens een verrassende uitkomst kunnen geven. Als professional zou ik naar de uitslag daarvan zeker serieus kijken en ik denk velen met mij.

Geen reacties » | Permanente link

Jan 25

Medisch specialist en leiderschap

geplaatst om 17:18 in categorie Algemeen

De overgang van arts-assistent naar zelfstandig gevestigd medisch specialist en de periode daarna doen in het algemeen een groot beroep op de spankracht van degene die in deze fase zit. Er doen zich allerlei nieuwe en ingrijpende vraagstukken voor. De keuzes die men in die periode maakt hebben vaak gevolgen voor langere tijd.

Hoe kun je het beste omgaan met de vraagstukken en dilemma’s die je pad kruisen? Op 17 januari jl. hebben we gebrainstormd met zes jonge specialisten, die binnenkort toetreden tot een maatschap of net toegetreden zijn. We hebben hen onze plannen voor een intervisie/coachingstraject voorgelegd, waarop zij konden reageren. De ideeën werden enthousiast ontvangen, wat betekent dat we doorgaan met het ontwikkelen van een programma. De bedoeling is dat het programma in het voorjaar start.

We hebben een programma van vijf tot zeven avonden voor ogen, waarin onderwerpen behandeld zullen worden als positionering in de maatschap en de praktijkvoering zelf in relatie tot ziekenhuis en ziektekostenverzekeraars. Ook onderwerpen die betrekking hebben op de persoonlijke reflectie zullen worden opgenomen in het programma.

Het programma zal een co-productie worden van de Baak en C3, met ondergetekende als medisch specialist met management- en opleiderervaring. Wij zijn enthousiast over de mogelijkheid die het biedt voor jonge medisch specialisten om de eerste fase van zelfstandigheid succesvol en naar tevredenheid te laten verlopen, zowel vanuit zakelijk als persoonlijk perspectief.

Meer weten? Neem contact op met de programmamakers: Saskia Fornier van De Baak (s.fornier@debaak.nl), of Evert Barten, uroloog en consultant, verbonden aan C3 (e.barten@c3am.nl).

Geen reacties » | Permanente link

Jan 24

Verandermanagement van verhuizen

geplaatst om 14:27 in categorie Algemeen

Het leiden van een succesvolle verandering gaat volgens J.P.Kotter in acht stappen, onder te verdelen in drie blokken: het scheppen van een veranderingsklimaat, de hele organisatie bij de verandering betrekken en ervoor toerusten en de verandering implementeren.

Het model is een mooie vorm om een veranderproces zoals verhuizing van een groot naar een kleiner huis en je eigen rol daarin te testen. Het versterken van het gevoel voor noodzaak begint bij jezelf. Eenmaal door de bocht, bijvoorbeeld door een leuke financiële prikkel gedreven, ga je voor jezelf argumenten aandragen, waarom het nodig is. De lasten zijn te hoog, het onderhoud kost teveel tijd en energie, we hebben veel te veel ruimte en hebben daarom te weinig ontmoetingsmomenten. Dat ga je vervolgens overdragen aan de familie. Dan komt de fase van het vormen van het leidend team. Pas daar goed op en ga niet uit van de vanzelfsprekendheid dat wie betaalt bepaalt of wie de oudste rechten heeft. Vergeet bij voorbeeld niet je eigengereide puberdochter erin op te nemen, want dat scheelt een hoop nabranden, sabotage en slecht humeur. Zoon is al de deur uit en dus vanuit zichzelf al minder uitgesproken in zijn wensen. Bij het ontwikkelen van de juiste visie betrek je in mijn geval dus ook haar: waar gaan we wonen (in de buurt van de school), wat voor huis wordt het (gezellig, ruimte voor de beesten), hoe wordt de (slaapkamer)indeling en wat gaan we aan het huis doen.

Dan komt de communicatiefase: inlichten van de werkster, de timmerman, elektricien, schilder en verhuizer op tijd bestellen, naast het regelwerk om het grote huis, wat bomvol staat, leeg te krijgen: kringloopwinkel, marktplaats, je vrienden. Goed voeling houden met je dochter en overleggen welke oude spullen, vooral die van haar, weggaan. Geen beesten (katten, honden, paarden, vissen) wegdoen, want dan overspeel je je hand. Verzin maar een paar listen. In de handelingsfase neem je zelf het voortouw, dus je werkt je uit de naad, loopt alles na en delegeert om het oude huis leeg en schoon te krijgen en het nieuwe huis leefbaar te maken. Goed voorbeeld en op tijd aan de bel trekken doet volgen: de werkster neemt haar dochter mee, je krijgt hulp van je vrienden en … je dochter werkt mee, voor haar eigen spullen dan, en laat vooral ook haar vriendje werken.

De spullen zijn over naar het nieuwe huis. Feest! Het oude huis is leeg en schoon, net op de valreep. Feest! Lampjes in dochters kamer opgehangen. Klein feestje. De katten lopen niet terug naar het oude huis, joepie! De houtkachel in het nieuwe huis doet het!

Dan komt de fase van niet verslappen. Tien keer bellen voor telefoonaansluiting, de deuren sluiten niet goed, de nieuwe bewoners van het oude huis weten niet hoe de verwarming werkt, als je dochter een half uur onder de douche gestaan heeft plenst het water door het plafond beneden. Je moet ook weer gewoon werken, maar tussen de bedrijven door moet de zaak op orde komen en moet je ook een beetje uitblazen van alle inspanning. Het tempo daalt, maar je doel blijft voor ogen. Smile op je gezicht en een hoofd vol wekkers en to do lijstjes. Je vult je referentiekader in als een kleurplaat: de lijnen zijn gezet, nu de invulling en zo min mogelijk buiten de lijntjes. Langzaam dwarrelt het stof neer, zowel in huis als in je kop. Iedereen moet wennen aan de nieuwe omstandigheden en jij niet in de laatste plaats. Beklijven doet het door gezelligheid en rustmomenten te creëren, samen nieuwe gordijnen uit te zoeken, boeken op zijn plek zetten, lekker koken en het ritme terugbrengen.

Geen reacties » | Permanente link

Oct 22

Afschaffing van de lumpsum. En dan?

geplaatst om 22:07 in categorie Algemeen

De lumpsum, voor sommige medisch specialisten een  belemmerend plafond, voor andere een prettig vangnet, gaat verdwijnen. Vanaf 1 januari 2008 is het zover en zullen, mede als gevolg van de invoering van het uurtarief, grote onderlinge inkomensverschuivingen ontstaan tussen maatschappen. Voor ziekenhuizen blijft de lumpsum nog minstens een jaar van kracht. Tevens dreigt aan die kant de invoering van maatstafconcurrentie op de DBC-prijzen.

De specialisten die hun budget niet aanvullen tot de lumpsum zullen dit direct voelen in hun inkomen, maar zullen maar ten dele in staat zijn dit te compenseren. De lumpsum bestaat immers al sinds 1994 en praktijkinrichting is niet iets wat in een paar maanden tijd kan worden veranderd. Verkorting van werktijd (de meeste medisch specialisten werken al lang geen vijf dagen per week meer), verlenging van het aantal vakantie- en congresweken en veroudering zijn hiervan de belangrijkste oorzaken. Dat wordt aangemerkt als verworvenheid en zal niet zomaar worden teruggedraaid. De oude arbeidsethos van dag en nacht voor de praktijk beschikbaar zijn is voorbij en kwaliteit van leven is ook gaan tellen in de medische beroepsgroep. Dat het een logische stap is die door de overheid al langere tijd uitgedragen wordt is al wel algemeen geaccepteerd. De specialisten die hun productie niet halen ontvangen tenslotte al jaren een aanvulling op hun inkomen zonder daarvoor een tegenprestatie te leveren .Vrijwel niemand zal echter naar verwachting een daling in inkomen zomaar voor lief nemen, dus een tegenbeweging door aanpassing van de praktijkvoering van deze groep is aannemelijk.

In de eerste plaats zal de registratie van DBC’s een vlucht nemen. Tot op de millimeter nauwkeurig registreren is een methode, maar ook zo snel als binnen de regelgeving mogelijk is sluiten van de DBC. Bij ieder nieuw geval wordt dan een nieuwe DBC geopend, ook bij dezelfde patiënt, zoals bij patiënten met meerdere klachten of klachten die het gevolg zijn van een behandeling. Werktijdverlenging of langere dagen maken is minder aannemelijk maar zal incidenteel ook voor gaan komen.

Voor de groep die geen budgetgat had, maar voor wie het uurtarief ongunstig uitpakt kan dezelfde reactie verwacht worden. Ten slotte zal voor de groep die geen budgetgat had ook het belemmerende plafond wegvallen en zullen ook zij, de trend volgend van hun minder fortuinlijke collega’s, nauwkeuriger gaan registreren. Het over all effect zal naar verwachting betekenen: een forse groei in het aantal geregistreerde DBC’s, vertaald als productietoename.

De verzekeraars zullen in 2008 waarschijnlijk geconfronteerd worden met een forse toename van de declaraties van de ziekenhuizen, omdat al sinds een aantal jaren de specialisten en ziekenhuizen geïntegreerd declareren aan de verzekeraars. De toename zal  maar zeer ten dele voortkomen uit werkelijke productietoename, maar moet met specialisten wel afgerekend worden. Hoewel de verzekeraars het budgetgat van de onderproducerende specialisten niet meer hoeven te financieren, zal dit naar verwachting ruimschoots gecompenseerd worden door de productie- en registratieprikkel van alle specialisten.

De ziekenhuizen zien zich in 2008 nog steeds geconfronteerd met productieafspraken en kunnen daarom maar marginaal extra productie realiseren, terwijl – in ieder geval op papier -  de productie van de specialisten substantieel zal stijgen. Als het alleen om registratie gaat zal het ziekenhuis geconfronteerd worden met “slechts” een terugbetaling aan de verzekeraars, zonder kostenstijging. Als er werkelijk een substantiële en ongecontroleerde productietoename komt, zullen ook de kosten voor het ziekenhuis stijgen, zonder dat dit gecompenseerd zal worden. Daarnaast zal met de stijging van de productie de druk van de specialisten op het bestuur voor meer personeel en middelen toenemen.

Met name in de ziekenhuizen waar de specialisteninkomens niet geharmoniseerd zijn, maar in mindere mate ook waar dit wel het geval is, wordt het zeer belangrijk dat er goed gecommuniceerd wordt tussen de Raad van Bestuur en de individuele specialisten(maatschappen) over dit te verwachten ongewenste fenomeen. Dit zal het best werken als er onderhandelingen en afspraken op maat komen, per specialisme, met oog voor elkaars probleem, maar duidelijk en nauwkeurig vastgelegd en gevolgd. 

Geen reacties » | Permanente link

Wilt u deze berichten via de email?

Zoeken